Gedichten van Elly
Hildegard die mij kent, die ik ken al van heel lang geleden, van altijd al. Vriendin van mijn ziel. Mijn maatje.
Uren gaan. Als we afscheid nemen geeft ze mij
Haar mandala van de Kosmos.
Hier zegt zij, jij moet het gaan doen
Van nu af, je levenstaak en weg.
Ontvang de gave van je geestelijke kracht
Ontvang en aarzel niet.
Ook jij bent van en voor de wijsheid gemaakt
1990
Zendingslied
Je moet gaan zegt de Heer
Want de netten zijn geboet
De sloepen te water gelaten.
Je moet gaan zegt de Heer
Met je vreugde als de zon
Met je hoop als de regen
Want open liggen de voren van mijn land
Het zaad zal kiemen in jouw hand.
Je moet gaan zegt de Heer
Wees als vuur onze wijde aarde
Wees als de stad op berg
Die voor ieder haar licht bewaarde.
Je moet gaan zegt de Heer
Ik maakte je reistas gereed.
Mijn voetsporen zijn nog vers in jullie aarde.
1969
Afscheid van Indonesia
Nog warmer vandaag
Dit land dan die dag
Dat ik het voor het eerst zag.
Liefde van zovele,
Om zovele, zindert door me heen.
Mooier dan de mooiste vergezichten
Van de witte stranden en hoge bergen
Deze laatste aanblik onder mij verglijdend:
Mensen in stoffige, rommelige straten,
De vertrouwde geluiden van de verkopers,
De radio s, moskee n, de boten in de haven.
De meest ontroerende melodie die ik ooit hoorde:
Ritme van leven van een volk.
Op weg naar het vliegtuig,
Dansend bijna over het asfalt, de laatste meters,
Bodem die me droeg en geborgen liet zijn.
Nu klimt de vogel in de regenwolken
Hoger en hoger, losgekomen.
Nu blijft de herinnering
Als een pijn die nooit geneest .
De regenboog die oost en west verbindt
is het laatst wat ik zie van Indonesia.
Pijnlijke overvloed van dit moment.
En nu
Als hier de boog in de wolken staat,
Buig ik mijn hoofd, en dank voor een onnoembaar geluk.
Is niet dat waarvan een mens ten diepste is losgekomen
voor altijd gegeven?
Dec.1980
Pijn uithouden
Over de golven van de pijn
glijdt mijn boot
naar de Oneindige wateren.
E.Verrijt
Transformatie pijn verwerken, loslaten
Pasen
Nog hangt het oude leven
in flarden om me heen.
Het voorhangsel van de tempel
is gescheurd.
Ik dwaal door wat vertrouwd was.
Het is in een graf veranderd.
Die morgen vind ik de steen
weggerold.
In de morgenschemering
gloort het nieuwe leven.
Iemand roept me bij naam.
We kijken elkaar aan.
Dat wat nooit meer eindigt
is begonnen.
1994
Grote droom
Ik loop met een lieve vriendin
in een prachtig park
warmte en liefde om ons heen
alles is n.
Plotseling verandert alles.
Het gras, de bloemen, de lucht,
een ongekende schoonheid.
Intensiteit van de kleuren niet te verdragen.
Ben ik een andere wereld binnengegaan?
Een Gestalte van enkel Licht en Liefde
komt me tegemoet.
We herkennen elkaar
opgenomen ben ik
in een zee vanlie liefde, geborgenheid, kracht.
Ik wrijf mijn ogen uit..
Wakker geworden of ontwaakt?
Ik zie en droom niet meer.
1995
Dubbelportret
Lief klein moedertje in mij
Je wereld is zorgen, koesteren..
Lief klein moedertje in mij.
Ik heb je lief,
zo groot en wijs
als je nu geworden bent.
Stille ingekeerde
stralende vrouw in mij
we zijn even oud
we hebben elkaar zo lief.
Samen omarmen we
de grote wereld
van wonde en wonder!
1996
Surrender
The fire and the tear
are one.
The fire not better
than the tear
They embrace each other
In the dance of love.
An invisible
tender hand of longing
for what is ultimately human
leads the movement:
LIFE.
1996
Waker, hoe lang duurt de nacht?
Wakker geworden
nog voor het eerste morgenlicht.
De nacht was vol geworden.
Ik, wakende bondgenote
van de maan.
Mijn ziel blinkt
Als de vroege morgenster.
Stralender dan de lichtste dag!
1996
De boom voor mijn raam
draagt plots de eerste
tekenen van de herfst.
Het licht neemt af.
De avonden zullen weer koud en klam zijn.
Terwijl buiten de zon
nog ongenadig brandt op velden,
laait in mij het oogstvuur op.
Nu wachten volle aren
op de hand van de dorser.
1991
Waar is de weg?
Er is geen weg
Er is enkel de onmetelijke ruimte,
de altijd wijkende horizon.
Leven in alle eenvoudigheid
Zo trek in mijn eigen spoor.
Onuitwisbaar.
1994
Genezing
Eerst was er
het zuiverende vuur.
Toen de louterende tranen.
Nu slapen ze samen
In n groot mededogen.
1994
Over de rivier
van de pijn
glijdt mijn boot
naar de Grote Wateren
1994
Overgave
Wat heb je in de woestijn gezien?
Een riet door de wind bewogen .
Het riet heeft meebewogen
met de felste storm
gehoorzaam geworden aan mijn ziel
niet de mensen, de omstandigheden
enkel Léven zelf
kan aanspraak maken
op mijn buigzaamheid.
Ik boog ..
Aan de rand van mijn afgrond .
Dit was mijn gebed;
Mijn ziel houd stand
en juich!
1999
Thuiskomst
De grond onder je voeten
is de plaats
waar je rusten mag.
Geen mens kan wonen op de hoogste toppen.
Wie wil thuiskomen zoekt het dal!
Uluhuru berg, Australia
1999
Je eigen weg
Als je met pijn ervaart
dat je alleen op weg bent
en alles wat en wie
je vertrouwd waren
schijnbaar achter blijven
en je het hebben moet
van het onherbergzame ..
wees dan getroost en vat moed:
nu weet je zeker
dat je je eigen weg gaat
1993
Ik bood mijn huis
de ongenode vreemdeling
Ik ging de weg
door de nacht en langs de afgrond
tot deze onherbergzame plaats.
Hier licht de sluier van het duister op.
Er brandt een louterend vuur
hier in dit niemandsland.
Waar tranen als beken stromen
Rijpt het gouden graan.
1993
Nee
Leven heeft je niet verraden.
Terwijl de nacht voortkruipt
komt naderbij,
zij die met mij waakt
en wacht op de nieuwe morgen.
Ze fluistert: ik ben het,
Verraadt mij niet
1993
Song of my soul
Song of my soul
ascending, swelling
pure as splashing waters
coming down from eternal mountains
filling the arches
of the ancient cathedral inside me.
Old as the first hymn
of the universe
and young, so young
as the song of the early birds this summer morning.
Song of my soul
not died, but alive.
The church bells ring
I enter the sacred of sacred.
Surrendering
to the simple song of living.
1996
Vroege gedichten
Geboortelied
Voordat ik was
en alle zaad
nog rustte in de aarde
voordat de bomen wortelden
en mensenmoeders kinderen
konden dragen
voordat bloemen taalden
en wolkenhuizen
deze stad bewoonden
toen alles en alles
nog sliep aan de rand
van mijn bestaan
noemde het Woord
uit de grote Ziel genomen
mijn leven bij naam.
1968
Voor een verre vriend
Er is nog zoveel ongezegd gebleven.
Er is nog zoveel te zeggen;
altijd weer de woorden.
Hier zijn ze en ik draag ze
naar de zee van ruimte tussen ons
en laat ze te water.
Op weg naar waar jij wacht
een en al oor van hoe is het
en hoe zal het zijn als
Als jij niet was zoals jij
Wees wel bedankt, je liefde
Bouwt ook hier een huis voor mij..
1969
Hoe heilig leven is:
elke dag ontvouwen
zich haar sluiers.
De enige houding
het leven waardig
is verwachten.
Alleen zo en zo alleen
kan de gave
mij vinden..
1970
Kies dus het leven
Kies dus het leven
op de treeplank
van iedere morgen
op het snijvlak
van iedere daad.
Kies dus het leven
na zandstormen
van wervelend zijn
na ijstijden
reserve voor warmte.
Kies dus het leven
om het Leven
om de vreugde, de vraag
om eind en begin
om alles daartussen in.
1968
Geluk
is met je handen doen
wat je hart gelooft
zonder te raden
of het ooit overkomt.
Is de liederen zingen
die je ogen zien
en god weet wie ze hoort.
Is dansend de angst
de pas afsnijden.
Is met je liefde
de woestijn beplanten
en blijven wachten
op het kleine meisje hoop.
1967
De dingen zijn wat ze zijn
tot ze zelf hun geheim openbaren
en waar worden
een leven lang.
De dagen en nachten
ze zijn dit dit getij
een zee van verwachten
want bij tijd en wijle
gaat gij Zelf voorbij.
1967
Wording
Openstaan naar de grond der dingen.
Tasten en zoeken,
aan welke bron
zal het Leven het diepst
in mij zingen?
1966
Meer en meer wordt leven
de som van kleine dingen.
Met het hart op de lippen
de weg bezingen
en die ten einde toe begaan.
Dankend lopen mensen
hun voeten stuk
op het harde plaveisel
van hun geluk.
1969
Er is alleen maar wat stilte tussen bomen,
wat wolkenspel en ergens
het begin van een vogellied.
Toch wordt dit
een nieuw evangelie
vandaag.
Er is alleen maar wat stilte tussen bomen
wat wolkenspel en ergens
het begin van een vogellied.
Er is alleen maar
Leven
dat ik verder draag..
1969
Belangeloos gebed
Als het kan gebeuren
dat woorden hun ogen gesloten hebben
en zwijgen de diepste taal is
laten we dan jij en ik
bloemen bij hun namen noemen
wolken hun vluchtige banen geven.
Laten we dan jij en ik
de bergen niet vergeten, het water
het kind en de vogel niet.
Laten we dan jij en ik
De lieve ruimte tussen ons bewonen
Klein stil huis van vrienden.
Laten we dan jij en ik
Op de tenen verder gaan de droom niet
Wakker maken in dit uur van hoop en zegen.
Laten wij dan jij en ik
dit lied van een zijn van twee zijn
zonder voorbehoud dragen naar het licht.
1971
Groeiseizoen
Loom ligt het land
onder de warme middagzon.
De bloesems worden zwaar
van beginnende vruchten.
Overal barst de Aarde
uit haar veel te nauw geworden groene kleed.
De zwoele wind draagt het vroege zaad
langs de wolken met hun lauwe regens,
tot waar het wezen wil.
De duizenden vrolijke vogels
vullen het landschap met hun liederen zonder eind.
Uit alle groeien wordt
volheid geboren.
Een brok geluk komt naderbij:
Bitter soms is de prijs
die we voor groeien betalen.
En toch is dit een zalige pijn!
1967
Morgenhymne
Als een blauwe sluier
hangt de morgen in de bomen.
Boven een bloedrood land
breken de vliezen van een nieuwe dag.
Open liggen de voren en ergens
drijft zaad op een verse zee van tijd.
Dan: hier is vandaag.
Handen vouwen en leven vissen.
Zaaien in wachtende grond.
Oogst verwachten en met liefde waken
tot de avond met vrede komt.
1966
Klein gebeuren
De wereld werd weer groen vandaag
toen de laatste sneeuw voor de zon verdween.
Kaal en naakt stonden de winterse bomen
in de koelte van de middag.
Ik zag de zwarte en bleke stammen
en proefde het levenssap
op mijn lippen, dat zich door de wortels wringt.
Mijn armen werden als grijpstokken
naar licht en ruimte.
Er waren bloesems als in de lente
en de knoppen van mijn hart
barstten van geluk.
Wat een geschenk
om niet alleen in kale takken te geloven.
1967
Zonnebloem
Daar sta je dan
te pronken
zonovergoten.
Ik zit maar naar je te staren
geraakt door je schoonheid
open voor je wijsheid.
Je klaagt.
Het is waar
dat wij mensen
Leven willen maken.
1966
Pascha-doortocht
Samen met roerloze bomen
in de stilte van het eerste morgenlicht
wacht ik op het sein van vertrek.
Alles is nu gebeurd
Zelfs het ergste ons overkomen.
Nog hangen geslagen huizen
In ruimten van angst en wanhoop.
Maar door een wilde zee van verdriet
Levens hoog wanden van vrijheid.
Droogvoets ga ik naar de overkant
k heb de wind mee, voorgoed.
Pasen 1969
Zendingslied
Je moet gaan zegt de Heer
Want de netten zijn geboet
De sloepen te water gelaten.
Je moet gaan zegt de Heer
Met je vreugde als de zon
Met je hoop als de regen
Want open liggen de voren van mijn land
Het zaad zal kiemen in jouw hand.
Je moet gaan zegt de Heer
Wees als vuur onze wijde aarde
Wees als de stad op berg
Die voor ieder haar licht bewaarde.
Je moet gaan zegt de Heer
Ik maakte je reistas gereed.
Mijn voetsporen zijn nog vers in jullie aarde.
1969
Het land dat je gegeven wordt
Aan dat kleine groepje mensen , samen in de oplet ( taxi)
op weg naar Bandungan
Overal om me heen de groene rijstvelden,
bomen, wolken, bergen, hoe mooi is dit land.
Dicht bij de mensen mag ik zijn
deze stille mensen om me heen.
Ik ken hun gedachten niet,
Hun levens zijn zo anders dan het mijne.
Zo ver weg en toch zo dichtbij.
Ik lees de liefde in hun ogen,
Ze kijken me aan en ik voel een diep geluk.
Het is zo vanzelfsprekend om van hen te houden,
Met uw volk onderweg.
1973
Vuur ben Ik komen brengen ( Luk. 12,49)
Het wordt donker. Duisternis valt over de rijstvelden.
Vuurvliegjes in de nacht. Ze vliegen af en aan.
Ze lijken alles aan te raken met hun zachte licht.
Vuur ben ik komen brengen zeg Jij
hoe verlang ik dat het oplaaien zal .
Ooit, ooit denk ik dan, zal heel de kosmos
n laaiend vuur van liefde zijn
En hoe verlang ik dat ik dat meemaken zal!
1979
Ibu* Sawi
* Ibu is de aanspreektitel voor een oudere vrouw in Indonesia.
Ze was er op een morgen. Mensen uit de buurt kwamen het melden. Buiten het dorp, bij de rivier, op een hoopje oude lappen. Een mens, getekend door het masker van lepra. Haar handen en bovenbenen vol met wonden en vliegen.
Een drinkbeker, een doek en kam dat was alles wat ze bezat.
Met veel schroom zijn we naar haar toe gegaan. Het duurde wel even voor het ijs gebroken was. Ze was zo bang dat we haar zouden meenemen.
Beetje bij beetje liet ze wat los over haar levensverhaal. Ze wilde niet geholpen worden, ze wilde daar sterven, want dit was de straf van Allah.
Een mooie vrouw moet ze zijn geweest.. ja dat was haar zonde, zei ze.
Mannen waren er velen in haar leven en nu wilde ze boeten, in haar ellende, nu er niemand meer was.
We dachten dat ze daar zou sterven. Het water uit de vervuilde rivier hat haar ingewanden ziek gemaakt. Ze verzwakte zienderogen en we bewogen hemel en aarde om haar naar het ziekenhuis te brengen. Maar ze bleef bij haar besluit, dat Allah haar daar maar moest komen halen.
Langzaam begon ze te luisteren naar mij .. Allah wil dat je leeft en is niet langer boos. Haar dikke tranen hebben haar schuld uitgewist.
Ze wilde weer leven, gezond worden, maar niet voor de Ramadan (vastenmaand) voorbij zou zijn. Dan pas zou de verzoening voltrokken zijn
We hebben een huis gebouwd voor haar, daar bij de rivier. Van een paar stokken en wat plastic. En hoe heeft ze haar huis in waardigheid bewoond.
Op een avond laat, toen de mensen sliepen is ze met ons meegegaan naar huis. Ze was zo mooi na een bad krulden haar haren weer
Later werd ze verzorgd te midden van lotgenoten, ergens een flink eind weg.. En terwijl haar wonden genazen, kwam ook haar echte karakter weer tevoorschijn: wat een temperament!
Op een morgen stond ze aan de deur, ze wilde weer even in haar oude omgeving zijn. Mensen hebben haar liefdevol in huis genomen.
Ze kwam steeds weer terug om medicijnen op te halen en trots toonde ze dan haar genezen wonden. Ze was zo dankbaar.
Haar hart werd steeds gevoeliger; tranen van dankbaarheid om een stukje nabijheid, tranen van weemoed en wroeging en verworpenheid, maar ook van gered zijn, opgenomen te zijn, gevonden te zijn.
Een pakje kretek ( sigaretten met kruidnagel) gaf haar leven.
Nadat ze hoorde, dat we elkaar niet meer zouden zien, kwam er een brief. In haar haast onleesbare handschrift vroeg ze een klein aandenken, uit wat ik zou achterlaten in Indonesia. Ze wenste me de vrede van Allah.
Soms zie haar tranen in het Aangezicht van de Onnoembare
1977-1980
Komt allen die dorst hebt, hier is water Jes. 55a
Onderweg, een lange voettocht naar een hongergebied in Java. Geen bomen, geen huizen, enkel stof en verzengende hitte.
De moed om verder te gaan raakt op, smachtende dorst, de waterkruik is al lang leeg.
Dan plots, bij een onverwachte bocht in de weg, komt ze me tegemoet. Ze komt terug van haar schrale akkertje. Haar hand graait in de mand op haar heupen. Ze lacht verlegen en zonder een woord te zeggen, breek ze een komkommer door midden en reikt me die aan. Dorst gelest! Aan welke Bron mocht ik me laven?…..
1971
Afscheid van Indonesia
Nog warmer vandaag
Dit land dan op de dag
Dat ik het voor het eerst zag.
Liefde van zovelen,
Om zovelen, zindert door me heen.
Mooier dan de mooiste vergezichten
Van de witte stranden en hoge bergen
Deze laatste aanblik onder mij verglijdend:
Mensen in stoffige, rommelige straten,
De vertrouwde geluiden van de verkopers,
De radio’s, moskeeën, de boten in de haven.
De meest ontroerende melodie die ik ooit hoorde:
Ritme van leven van een volk.
Op weg naar het vliegtuig,
Dansend bijna over het asfalt, de laatste meters,
Bodem die me droeg en geborgen liet zijn.
Nu klimt de vogel in de regenwolken
Hoger en hoger, losgekomen
Nu blijft de herinnering
Als een pijn die nooit geneest .
De regenboog die oost en west verbindt
is het laatst wat ik zie van Indonesia.
Pijnlijke overvloed van dit moment.
En nu
Als hier de boog in de wolken staat,
Buig ik mijn hoofd, en dank voor een onbenoembaar geluk.
Is niet dat
Waarvan een mens ten diepste is losgekomen voor altijd
gegeven?
Dec.1980
Slapend land
Langzaam wordt dit slapend land
met stilte gevuld tot aan de rand.
De laatste geluiden bloeden dood
in dit verstilde uur
en leven wordt ademen diep en puur.
De wiegende kruinen en het zwarte gras
wachten nu op de zon, die pas nog was.
Zij hebben hun ogen gesloten.
Zo wijden zij deze rust
met hun oeroude gebeden.
Wat een geluk om iets te mogen verstaan
van deze simpele vrede.
1967
Overgave
De dag heeft me aangekeken
met haar grote warme ogen.
De vogels hebben gezongen
van kindergeluk en mensenvreugde.
Langs de wegen die ik ging
hebben bloemen hun stralende
groet gezonden en voorbijzeilende wolken
wezen de weg.
Nu de vond vol geworden is
komt een intense goedheid en aanwezigheid voorbij.
In mijn kleren hangt het eindeloos wachten
van de rechtelozen en de stille hoop van zoveel zieken.
Hoe groot is de vreugde
Dit alles een onverdeeld welkom te bereiden.
1971
Aanwezigheid
Onder de roerloze bomen
bij het rusteloze water
bij wolken altijd op drift,
bij al wat leegt en beweegt
dat ik daar mag zijn met open hart.
In de hitte van de dag
In stoffige bedrijvigheid
op de drukke marktplaatsen van leven
waar mensen vechten om bestaan,
dat ik daar mag zijn met een mededogend hart.
Waar geboorte pijnlijke wegen baant
waar de dood vriend in huis is
waar tranen bitter brood zijn
waar toekomst open bloeit
dat ik daar mag zijn met een troostend hart.
1972
Heilige grond
Doe je schoenen maar uit
want de plaats
waar je staat is heilig.
Het hete zand
brandt onder mijn voeten.
Wat ik zie zijn de gewone dingen
mensen die hun wegen gaan
in overvloed en gemis
vogels en bloemen
zingend water, rijzende bergen
vruchtbaarheid van velden
heilzame regens.
Plots staat alles in vuur en vlam
Vuur dat niet verteert
alle dingen
gelaat van de Beminde
voortaan blootvoets verder gaan.
Indonesia, Salatiga, 1975
Jakob vecht met de engel
Gen. 32, 23
Het was zo vreemd die avond.
Zoals altijd hadden we het vee achtergelaten aan de bron.
Alles werd rustig, nog enkel uren
dan zouden allen op mijn teken verder trekken;
vrouwen en zonen, slaven en vee.
Alles was gaan rusten:
reistassen gevuld, water in de kruiken.
Iets riep me naar buiten toe die avond.
Wat was het? Hoorde ik een fluit of was het de roep van een
onbekende nachtvogel?
De koelte kwam me tegen toen ik de tenten langs liep
tot voorbij waar de wachters sliepen.
Toen stond hij plotseling voor me.
Van waar was hij gekomen deze vriendelijke vreemdeling?
Ik zei dat de wijn nog in de schalen stond
En dat hij het stof maar uit zijn kleren moest schudden.
Ik raakte gevangen in de kracht die van hem uitging.
Verwarring en verzet: dit mocht niet gebeuren.
Jakob, ik wil jou zei hij.
Ik lachte en dacht dat hij grappen maakte.
Jij wilt mij en wat zou je dan?
Laat me gaan, alles is geregeld en de kudde wacht.
Hij zei niets, bleef naar me kijken en de greep
van zijn handen om mijn hals werd steviger.
Rembrandt
Ik heb hem aangedragen alles wat ik had: bijvrouwen en vrouwen, zonen en slaven, runderen en schapen, tenten en weidegronden.
Maar hij bleef onberoerd: Jakob ik wil jou!
Door mijn lege handen heen staarde ik in de avond die nacht geworden was. Het moet uren geduurd hebben en ik was aan zijn wurgende greep gewend geraakt en had zelfs
een beetje geslapen.
Jakob waar is de dans, je lied en je droom? Jakob waar ben jij?
Ik heb gefluisterd, hier ben ik
Neem me voor ik me weer bedenk..
Hij heeft genomen.
Toen de vreemdeling verder wilde gaan
hield ik hem tegen en vroeg hem naar zijn naam.
Hij heeft lang en diep gesproken en me een nieuwe naam
gegeven: Jij die sterk was voor God.
Voortaan zul je hinkend verder gaan.
Hij wijdde me toe aan de onvolkomen dans.
Sinds die tijd
en ik dansend voor de kudde uitgegaan..
Verloftijd Nederland, begin 1975
Opgedragen aan hen die lijden
Er staan geen profeten op in deze laatste dagen.
Geen geweldige stemmen en visies
zoals weleer.
We zullen niet staan voor brandende braambossen
en ons warmen aan vuur dat niet verteert.
Terwijl ik de tranen wis van lijdende mensen
Terwijl klamme handen rusten in de mijne
Die stille stem ..
Dit zijn mijn veelgeliefden,
heb hen lief ..
1979, Indonesia
Genade
Is de doldronken volheid
van het zomerse land
is hemelhoge avondstilte
rijp geworden vruchtbaarheid
gouden wolkenrand.
Genade is jij en jij
Een glimlach, soms
Een handvol spreken.
Genade is gij en weten
niets zal mij ooit ontbreken.
Genade is mens mogen zijn
voor onze wijde aarde.
Genade is het brood
waarvan wij allen leven.
Wat werd mij niet gegeven?
1967
Het kind dat je was
Je sluit je ogen en je stelt je voor dat je op weg gaat. De weg leidt door een bos en in het bos gaat de weg omhoog, de berg op. En terwijl je op weg bent zie je in de verte een kind op je af komen. Je wordt nieuwsgierig en als het kind dichterbij komt zie je dat je dit kind kent. Het kijkt je aan. Je realiseert je dat jij dit kind bent
Wat doet het met je om dit kind te zien? Wat gaat er in je om? Hoe ziet het kind er uit, gezichtsuitdrukking?
Wat voor moeder heeft dit kind? Wat heeft dit kind van haar moeder gehoord over wat je van het leven kunt verwachten? Over wat vrouw zijn betekent voor haar. Over mannen en wat er van een goed kind wordt verwacht? Wat voelt het kind ten aanzien van de moeder?
Wat voor vader heeft dit kind? Welke boodschap geeft vader over het leven? Hoe moet dit kind zijn volgens de vader? Wat voelt het kind ten aanzien van vader?
Zijn er broertjes en zusjes? Wat betekenen die voor het kind? Hoe gaan de mensen in het gezin met elkaar om? Wat leert het kind thuis over de wereld, hoe mensen met elkaar omgaan?
Zijn er nog andere mensen die belangrijk zijn in het leven van dit kind? Wie zijn ze? Welke boodschappen krijgt ze van deze mensen?
Hoe is het leven op school? Wat zeggen ze over haar mogelijkheden en capaciteiten?
Heeft dit kind vriendjes en vriendinnetjes? Wat betekent vriendschap en verbondenheid voor dit kind?
Heeft dit kind troeteldieren? Hoe is de relatie met de natuur? Wat leert ze over de Aarde, de geschiedenis van alles? Heeft ze vragen en worden die beantwoord?
Wat is het motto voor het leven? Vaart het kind daar wel bij?
Nu wordt het tijd om op te stappen. Het kind kijkt je aan, alsof het nog wat van je wil. Wat wil je dit kind geven, meegeven?
Je neemt nu afscheid en je maakt je klaar om je ogen weer open te doen.
Realiseer je wat je gaat zien als je je ogen opent. Kijk maar wat je wilt doen met de ervaring van de ontmoeting met je kind.
De Gaarde, levensverhaal , basis papier 2002
Elly Verrijt
Ik was vuur en vlam
Ik was vuur en vlam zei Anna
vuur heeft ook mij geraakt
zo verbonden met het begin van alle dingen.
Toen de Aarde werd geschapen
ik was erbij, zegt het Bijbelwoord.
uit licht en vuur ben ik gekomen!
In ieder dagelijks ontwaken opnieuw geboren
uit het licht van het begin
zo breed en diep en altijd nieuw.
zo is het geworden ooit alles voltooid,
uit de kosmos en al haar leven.
Delen met ieder van jullie mijn grote geluk
onvervangbaar deel van het visioen en de gift van Anna:
Liefde is altijd het eerste en laatste woord.
We hebben elkaar gezien in onze diepste oorsprong.
Zo zijn we van elkaar
zo klein en groot als we kunnen bevatten.
In dankbaarheid en liefde, voor ieder die
deel is van deze honderd jaar Society MMS
Elly Verrijt
Hard
is de confrontatie
met de armen.
Ze vragen
Geen aalmoes
maar eigenwaarde.
Dat is méér
dan dienst en projecten
dat is je leven en je bloed..
1980
Overgave
Als een zeemeeuw
moeizaam vechtend tegen de wind
alle krachten verglijdend
in de storm..
dan plots
aangeraakt
de wind mag er zijn,
vredig verder wiekend
in dezelfde storm.
Gedragen door de kracht
van wat tegen mij was,
stil en sereen
op een andere kracht .
E n geworden
met dat wat me draagt
1984
De contemplatieve vrouw
Het geheim van de stilte heeft haar aangeraakt.
Altijd en overal wordt zij gedragen in liefde.
Ze is, zo heel eenvoudig,
Hoort, ziet beroert, ontvangt, wordt, deelt van het Woord
dat overal steeds weer vlees wordt.
Haar cel is het verlangen van haar God
Die haar diepste wezen wil bezitten.
Zij geeft haar hart, warmte en liefde van haar vrouw zijn
Zij ontvangt ogen die mogen zien
Verder dan de gebrokenheid van de wereld.
In haar straalt het licht voor hen die in duisternis zitten.
En Hij in wiens voetstappen ze gaat
Zal haar de velen die ze bij hem brengt
Doen thuiszijn in het hart van de Vader.
1976
Er is nog zoveel ongezegd gebleven.
Er is nog zoveel te zeggen;
altijd weer de woorden.
Hier zijn ze en ik draag ze
naar de zee van ruimte tussen ons
en laat ze te water.
Op weg naar waar jij wacht
een en al oor van hoe is het
en hoe zal het zijn als
Als jij niet was zoals jij
Wees wel gedankt, je liefde
Bouwt ook hier een huis voor mij..
1969